Alle berichten van Fer

Geen Ongeluk

We hebben abonnees op dit blog… en dit blog werd sinds 2015 of zo niet meer bijgehouden. Gisteren ontvingen de trouwe lezers een email dat er een nieuw bericht op de website is geplaatst, met als thema “fiets ongeval in Suriname”. Het is een bericht dat Tien al heeeeeel lang geleden heeft klaargezet, maar dat we nog steeds niet gepubliceerd hadden. Tot gisteren …. want ja, Corona, quarantaine, “tijd over”, en dus over website nagedacht. Wat gaan we daar nog eens meedoen, weer eens ingelogd, en toen gebeurde t. Op publiceren gedrukt…. Excuses voor de eventuele gewekte ongerustheid, Tien is gezond, en ik trouwens ook.

We reizen momenteel met onze camper (Big Nugget) in Marokko en staan de laatste twee dagen bij een warme bron, in de woestijn niet ver van Guelmim, in het diepe Zuiden van Marokko. Ik plaats nog wel een fotootje.

Ook in Marokko is er sprake van een Corona (of beter COVID-19) lock down. Vandaag gaan we naar de naburige dorpen fietsen om te zien wat er aan eten en drinken te scoren valt. Haamstereeeeeen ….!! Toiletpapier hebben we niet echt nodig, zolang het warme water hier nog uit de grond omhoog spuit, maar de echte primaire levensbehoeften willen we toch wel aanvullen. Bovendien, best leuk zo’n fietstocht door de woestijn, zonder duidelijke bewegwijzering.

En hoe het nu verder met het blog gaat? Dat weten we nog niet, maar het inloggen is in ieder geval gelukt ;-).

Verschil moet er wezen

Nog steeds 2014…… 

Vanmorgen ben ik aangereden, met de fiets op weg naar de tandarts. De rustige kruising bij ons op de hoek was plaats delict. Jaaa mijne damen und herren, delict is er gepleegd en niet eenmaal. Je moet hier links rijden en daar heb ik al lang geen moeite meer mee. Bij de kruising stop ik bij het stopbord, de auto die er rechts aankomt zet zijn linkerknipperlicht uit en vertraagt, verder staat de auto aan de overkant stil. Ik ga naar rechts en ben op dat moment de enige op het kruispunt en voorrangsweg.

Dan trekt de stilstaande auto zonder naar rechts te kijken op et voilà, mijn voorwiel ligt geplet onder haar rechtervoorband en ik lig op de grond… Achter het stuur een jong, slank en mooi meisje, Hindoestaanse denk ik. Naast haar een dikke moeke die in de verte wat weg heeft van een walrus, alleen de snor ontbreekt. Geen nood, ik heb misschien een blauwe plek en mijn broek is gescheurd, maar het fietswiel heeft de crash niet overleefd. Ik sta op, een beetje trillerig op mijn benen.

Het jonge ding stapt uit, staat een beetje beduusd te kijken, zegt dat ze me niet gezien heeft. Ze gaat bellen en blijft de hele tijd aan de lijn. Het komt niet in haar op te informeren hoe het met mij gaat, of ik pijn heb, gewond ben. Het komt overigens in niemand op om überhaupt naar me toe te komen; getuigen zat, maar ze blijven allemaal op afstand. Een voorbijrijder roept naar het meisje dat ze ‘verdomme moet stoppen!’.

Ik maak foto’s met mijn nieuwe mobiel. Aan de voorkant ontbreekt het nummerbord. “Ze is nu foto’s aan het maken.” hoor ik haar zeggen. Ik bel Fer en die is er binnen 3 minuten. We maken het kruispunt vrij en meteen zegt er een voorbijrijdende auto “Nooit doen! De politie bellen!” Inderdaad, dat was een wel hele domme zet, want ja, toen begon het.

Ze claimt schade aan haar bumper… maar zonder politie valt wel wat te regelen. Wat?!? De ene schade tegen de andere of zo? Ze is zeker vergeten dat ik overal foto’s van heb gemaakt, die fiets heeft haar bumper niet eens geraakt! Ze is nog steeds aan de telefoon. Er komt een politieman langs en ik ga eens vragen. Hij gaat met de bouwvakkers praten die het hele gebeuren hebben gezien. We moeten 115 bellen zegt ie, de auto heeft schuld, hij kan niets doen, het is niet zijn wijk.

Het meisje zegt dat de politie net gebeld is en inderdaad, er komt een politie auto aan, verrassend snel. “Het is een Javaan” zegt het meisje door de telefoon. Er stapt ook een agente uit, een gedrongen vrouw die niet heel helder uit haar ogen kijkt. (‘Je zou haar vijf frank geven’ zeggen ze in België, maar dat terzijde.) Ze komen naar ons toe, en dan gaat het verbazingwekkend snel. De agent vraagt ons om een verklaring en ik laat hem de foto’s zien. Hij kijkt niet of nauwelijks, begint mij te wijzen op een verbodsbord aan de overkant van de straat dat er totaal niks mee te maken heeft, en het is overduidelijk dat ik schuldig moet zijn. Vraagt het meisje of ze schade heeft en vertelt er gelijk bij dat ze kan claimen bij het waarborgfonds (in Su kan je fietsen niet verzekeren). Het wordt steeds gekker…

Mijn tegenwerpingen vinden geen gehoor. Moeders gaat zich er ook mee bemoeien. Ze heeft zich met moeite uit de auto gewerkt en roept dat ik er “ineens” was, plots, uit het niets. Ze houdt haar mond na een bitse knik van het meisje. Ik moet mijn identiteitskaart laten zien, en het meisje haar rijbewijs. Heeft ze niet bij zegt ze. De politieman reageert daar niet op, gaat met mij verder en de blik van 5 frank is onveranderd. Het meisje is al weg als de politieman de schade aan mijn fiets gaat inspecteren. Ja, ik moet zelf voor de schade opdraaien. Fer en ik blijven verpopzakt achter. Ik moet janken van frustratie.

‘Thuis’ heb ik het erover met Stanny en Estrella. Te absurd eigenlijk; het stinkt. Ik leg het voor aan Vareille, onze receptioniste, tevens bachelor rechten en student togastudies (advocatuur). Moet ik het politiebureau bellen? Javaan en 5 frank gedroegen zich toch wel erg verdacht. Corruptie viert hoogtij en iedereen kent wel iemand die bij de politie zit en de hete kolen voor ze uit het vuur haalt. In gedachten wens ik het mooie meisje een besmettelijke huidziekte toe (grapje), om over de agent en 5 frank nog maar te zwijgen. Iedereen is het erover eens: dit riekt.

De ochtend erop staat mijn besluit vast: ik ga een klacht indienen bij bureau Keizerstraat, het politiekantoor van de wijk. Gewapend met een schets van het gebeurde ga ik op pad. Ben wat nerveus, maar dat slaat volledig om als onderweg de bouwvakkers me aanspreken en zeer verontwaardigd reageren als ik mijn relaas doe. “Ik wil getuigen mevrouw, u zegt het maar. Ze (meisje, red.) moet niet denken dat ze dit kan maken omdat ze mooi en jong is en in een dikke auto rijdt!”.

Bij de deur van bureau Keizerstraat staat een jonge agent. “Ik kom een klacht indienen tegen de politie” zeg ik met een vaste stem. “Vertelt u eens waarover het gaat” zegt de jonge agent op zijn beurt. “Wijst u me maar bij wie ik mijn beklag mag doen” zeg ik wijzend naar de ruimte met computers waarvoor politievrouwen en –mannen zitten. Hij: “Maar ik moet weten waarover het gaat” Ik: “Is er gisteren een melding van een aanrijding gedaan op de hoek van de Jessurunstraat en de Koninginneweg?” Hij fronst verbaasd: “Een melding van een aanrijding? Bij bureau Keizerstraat? Gisteren? Hoe laat?” Ik: “Rond half tien.” Hij: “Vertelt u me even wat er is gebeurd.” Ik: “Wijst u me nou iemand aan alstublieft, dan hoef ik mijn verhaal maar 1 keer te doen.” Vind ie zichtbaar jammer, maar doet toch wat ik vraag.

Ik mag naar de enige vrije balieplek en vraag of er de dag ervoor een melding van een aanrijding is gedaan. Ook zij fronst verbaast en het tafereel van bij de deur herhaalt zich. Ik herhaal voor de derde keer mijn vraag: “Is er melding gedaan rond half tien?” Zij kijkt in de computer en vraagt weer “Vertelt u mij alstublieft wat er gebeurd is.” Ik: “Is er melding gedaan of niet?!?” Ze kijkt weer in de computer, knikt een beetje bangig een nee met het hoofd en stelt wederom dezelfde vraag. Ze luistert aandachtig en zegt dat de hoofdcommissaris dit moet weten.

Bij de hoofdcommissaris, een lange Chinees van een jaar of 60, doe ik wederom mijn verhaal. Zijn assistent komt binnen en luistert mee. Aandachtig kijken ze naar mijn plan. “Ik ga eventjes checken of er melding is gedaan.” zegt de assistent. Ik: “U kunt zich de moeite besparen; er is geen melding gedaan; dat heb ik nagevraagd.” Assistent: “Jaja, ik ga toch even checken” en hij loopt de deur uit. De commissaris steekt zijn duim omhoog en vraagt hoe ik ook alweer heet. In de veronderstelling dat het voor het rapport is, noem ik de hele reutemeteut op. Maar hij wil mijn voornaam, en weten waar ik woon.

Ik laat hem de eerste foto zien van de aanrijding, die waarop het meisje zeer duidelijk te zien is. Ik scrol verder; het zijn er een heleboel maar hij kijkt nauwelijks meer. Ineens zegt ie: “U bent een beetje stout, zo te liegen.” en wijst met zijn vingertje. De assistent komt binnen en zegt dat er melding is gedaan… En ja, ik ben in de fout, daar zijn ze het unaniem over eens. Ik probeer nog : “Mag ik vanmiddag terugkomen met de getuigen? Kunt u contact opnemen met de agent van bureau Zorg en Hoop?” Is niet nodig, het is allemaal heel duidelijk ineens en de getuigen kennen de regels niet! “En het ontbreken van de nummerplaat en het niet hebben van het rijbewijs, daar heeft de agent het helemaal niet over gehad!” En jawel hoor, de boetes voor de overtredingen zijn betaald! Ik sta op en zeg een beetje cynisch: “Dan kan ik met een gerust hart gaan. Ik kwam voor een rotte appel maar u zegt nu dat die er niet is …”.

Ik loop naar de deur en de commissaris vraagt of ik iets wil drinken, koffie?, cola? “U bent zo een lieve vrouw. Neem dan de krant mee, “voor de buren” zegt ie als ik zeg dat ik die al heb en hij drukt me de Ware Tijd in mijn handen. “U mag me altijd bellen als er iets is, echt, bel me, ik ben 24 uur per dag beschikbaar. Hier” en hij tikt het naambordje op zijn deur aan, “dit is mijn naam.” Ik krijg een uitgeleide naar buiten en als ik weg loop roept hij me na “U vergeet uw fiets!”!!

Personeel aangeboden

We weten dat we lastig te volgen zijn, met ons huidige gevoel van tijd en chronologie.

We posten dit terwijl we bij ongeveer 28 graden celsius bij :”onze” lodges  bij Waterberg, Limpopo zitten, we net onze werkers teruggebracht hebben naar het Main House en we in de “tuin” van onze buren 7 prachtige giraffes gezien hebben.

Maar toch eerst nog maar een klein berichtje over onze tijd in Suriname…

[september 2014]

De zoektocht naar schoonmaakpersoneel is gestart. Het eerste belrondje doet Fabienne. Wel 4 afspraken. De eerste heeft een kind van een jaar en ja, we weten het niet zo. De tweede komt 2 uur te laat, maar zien we toch al beter zitten. De derde komt niet opdagen en de vierde kijkt zo ongelooflijk suf uit haar ogen dat we niet eens de moeite nemen haar een rondleiding te geven. We willen het proberen met de 2de, maar die heeft tot nog toe niet terug gebeld. Hmmm, wat gaat dat worden…..

We turen zelf de VIA2000 -de papieren Surinaamse variant van Marktplaats- af en bellen ons suf, totdat een heldere stem jodelt: een hotel?? wat leuk!!!

Het hotel blijkt moeilijk te vinden en bij haar eerste belletje, om te vragen waar t is, stuur ik haar ook nog de verkeerde kant op. Ai, als ze maar niet terug naar huis gaat. Maar zo’n half uur later treffen we mekaar voor het St. Vincentius, een kleine gezette en flinke bosnegerin met heldere ogen en een stralende lach. Getweeën lopen we naar de Costerstraat. “Let op voor die auto” en “kom snel; het is gevaarlijk” maant onze toekomstige hulp Gloria. We vallen voor elkaar en ze gaat aan de slag. Maanden bouwstof komen we nog tegen, maar al vrij snel begint het hotel schoon te zijn, zoals we dat graag willen. En met “we” bedoelen we dan ook Gloria, Fer en ik.

Ze werkt nu nog steeds in het hotel, is nog steeds ons pareltje en een heel leuk lid van het team dat we uiteindelijk hebben kunnen vormen . Maar daarover later meer: we zullen in één van de nog komende blogs nog wel meer schrijven over onze personeelsperikelen. Of zoals ze in Suriname zeggen: “hoofdpijn !”.

Oh ja, en Gloria is natuurlijk niet haar echte naam…..